KWALITEITSJAARVERSLAG 2010 t/m 2012

Van praktijk: Gertrud Pijnenburg Fysiotherapie
solopraktijk
Geschreven door: Gertrud Pijnenburg, eigenaar
Geb. 03-04-1954
Praktijkadres: Korte Keizersdwarsstraat 8, 1011 GJ Amsterdam
Email en website: pijnenbg@xs4all.nl; www.gertrudpijnenburg.nl
Datum van verslag Amsterdam, 4 mei 2013
 
Kwaliteitsjaarverslag van praktijk Gertrud Pijnenburg Fysiotherapie over 2010 tot en met 2012, als vervolg op het verslag uit 2008 - 2009.

If a man does not know what harbour he seeks, any wind is the right one.

VOORWOORD

Verantwoorde zorg, daar gaat het om. Verantwoorde zorg moet zichtbaar gemaakt worden. Als fysiotherapeut functioneer ik in het gezondheidszorgbestel van Nederland en daarom wil ik met dit kwaliteitsjaarverslag inzicht geven in de manier waarop ik het leveren van verantwoorde zorg vorm geef in mijn solopraktijk. De dienst die ik lever is curatieve zorg, volgens de Zorgverzekeringswet 2006. Dat betekent dat ik fysiotherapie lever aan patiënten, zoals verzekerd in het basispakket (het verplichte deel van de zorgverzekering) en in het aanvullende pakket (het vrij te kiezen deel van de zorgverzekering).

Tot het maken van dit verslag ben ik als solist niet verplicht. Verplicht hiertoe zijn “zorginstellingen”. De kwaliteitswet zorginstellingen (1996) noemt solopraktijken geen zorginstellingen. Vanaf 2005 maak ik toch verslagen, aanvankelijk alleen om zelf de samenhang en borging in het vizier te houden, later ook omdat ik op het praktijkadres samenwerk met collega’s Nanna de Waele en Tanja Lith, beide zelfstandig werkende fysiotherapeuten. Immers: ook als solist moeten we aan een veelheid van eisen voldoen en dan is het goed om bij het afstemmen van je beleid te kunnen steunen op feedback van goede collega’s. Ondanks alle eisen van buitenaf is het intrinsieke doel van dit jaarverslag natuurlijk steeds om aan de patiënt mijn drijfveren en motieven voor de zorgverlening te tonen, zodat deze een oordeel kan geven.

INLEIDING

De kwaliteitswet zorginstellingen vraagt om het verlenen van:

• verantwoorde zorg,
• binnen een gestructureerde organisatie,
• met een kwaliteitssysteem.

De instelling moet de kwaliteit van zorg systematisch bewaken, beheersen en zo mogelijk verbeteren.
Met verantwoorde zorg wordt het niveau bedoeld en dat heeft een paar aspecten. Ten eerste de deskundigheid, de vakbekwaamheid qua opleiding en vaardigheden. Ten tweede beoogt men “goed hulpverlenerschap”. Vervolgens verwacht men doelmatigheid en doeltreffendheid, het patiënt-gericht zijn, afgestemd op de reële behoefte van de patiënt.
Met gestructureerdheid beoogt de wet dat personen en middelen afgestemd zijn op de dienst die verleend wordt. Dit gaat over de inrichting van de praktijk, de personen, de bereikbaarheid en veiligheid, de samenwerking met anderen.
Sprekend over kwaliteitssysteem bedoelt de wet dat de organisatie van kwaliteit systematisch moet zijn: systematisch verzamelen van gegevens en registratie ervan. Met mijn vorige jaarverslag (2008-2009) heb ik de standaard voor mijn praktijk gezet. Bovenstaande onderwerpen staan er systematisch in verwerkt. Daarnaast worden de kwaliteitsindicatoren, die toen van toepassing waren voor mijn beroepsgroep, ook systematisch behandeld. Bovendien heb ik in die periode in samenwerking met Paas Advies een strategiebepaling uitgevoerd voor mijn praktijk. Missie, visie en kernwaarden zijn bepaald en vormen de rode draad van het beleid. Dat was toen zo en dat is nu en voor de nabije toekomst ook zo.
Omdat de standaard gezet is, kan dit jaarverslag korter zijn dan het vorige. Het heeft een stevige basis, is krachtig en zelfbewust.

HOOFDSTUK 1
MISSIE, VISIE EN KERNWAARDEN

1.1 Missie

Met Gerlinde Paas van Paas Advies heb ik in 2009 een strategiebepaling opgesteld. Het is de meetlat waarlangs ik mijzelf tot en met 2015 leg.

Mijn kernopdracht luidt: “Samenwerken aan fysiek comfort”.

1.2 Visie en kernwaarden

Visie:
* In 2015 lever ik in mijn buurtpraktijk oorspronkelijke en vernieuwende fysiotherapie gericht op fysiek comfort.
* De patiënten zijn vooral 40-plussers. Het behandelplan wordt samen met de patiënt opgesteld en uitgevoerd.
* Belangrijk onderdeel in de behandeling is de oefentherapie als ondersteuning van zelfstandig fysiek functioneren.
* De behandeling is vakkundig, effectief en efficiënt.
* Mijn specialiteiten zijn:

• de behandeling van de geriatrische patiënt;
• als lid van het ParkinsonNet heb ik specifieke kennis van de ziekte van Parkinson;
• voor het overige ben ik een ervaren algemeen fysiotherapeut die werkt volgens de principes van Evidence Based Practice, waarmee mijn kennis en ervaring optimaal benut wordt.

* De huisarts kent mij als een betrouwbare samenwerkingspartner in de buurt.
Kernwaarden:
* Acceptatie!
 = iedereen is met elke hulpvraag welkom
 = er is persoonlijke aandacht
 = er is ruimte voor inbreng van de patiënt in de behandeling
* Thuisgevoel bieden
* Openheid

HOOFDSTUK 2
UITKOMST VAN MIJN BELEID 2010-2012

2.1 Verantwoorde zorg

De verantwoorde zorg is door mij geborgd door in september 2011 te starten met de Master Fysiotherapie in de Geriatrie. Het opleidingsinstituut is Stichting Opleidingen Musculoskeletale Therapie (SOMT, www.somt.nl) te Amersfoort. Het curriculum wordt verzorgd door de Vrije Universiteit Brussel (www.vub.ac.be/FRIA). Deze opleiding verschaft mij de basis voor Evidence Based Practice (EBP) op Masterniveau. Dat is de standaard voor kwalitatief hoogstaande fysiotherapie die multidisciplinair kan worden toegepast. Goed zorgverlenerschap, goede inrichting en organisatie van de praktijk volgen als vanzelf als de principes van EBP serieus worden toegepast in de behandeling. Het werken volgens die principes brengt met zich mee dat ikzelf steeds de keuze maak voor een meetinstrument of een evaluatiemoment kies. Daarom ben ik niet geïnteresseerd in het sluiten van een zogenaamd “plus-contract” met een verzekeraar (zoals Achmea), al levert dat per behandeling aanzienlijk meer geld op. In zo’n plus-contract stelt de verzekeraar criteria op voor “verantwoorde zorg” die strijdig zijn met mijn opvattingen van kwalitatief hoogstaande fysiotherapie.

2.2 Doelmatigheid en doeltreffendheid

Wettelijk zijn de verzekeraars verplicht de kwaliteitskenmerken doelmatigheid en doeltreffendheid te toetsen. Ik verschaf aan verzekeraars de benodigde informatie daartoe uit “Intramed”, mijn elektronisch declaratiesysteem. December 2010 heb ik in mijn praktijk een Dossiertoets gehad, in opdracht van Agis Zorgverzekeringen. Ik behaalde voor die toets een zes uit zeven, dat betekent dat 86% van mijn dossiers in orde waren. (Afkappunt is: geslaagd bij >60%).
Intramed verschaft mij allerlei statistische informatie over mijn behandelgemiddelden. In hoofdstuk 2 vergelijk ik de cijfers van mijn praktijk met de landelijke cijfers. De landelijke cijfers komen van het Nivel/LiPz. ( Landelijk registratiesysteem paramedische zorg, zie www.nivel.nl).

Het declaratieproces is inmiddels zo ingewikkeld geworden dat de kans op fouten in de declaraties naar de verzekeraars groot is. Om die kans te minimaliseren en om zelf meer tijd aan mijn werk en studie te kunnen, besteden verloopt het declaratieproces sinds 2011 via SpotOnMedics te Hoofddorp (voorheen MMT administratie).

2.3 Overheid: rijksoverheid en gemeentelijke overheid

De rijks- en gemeentelijke overheid nemen doorlopend belangrijke beslissingen die van grote invloed zijn op de inrichting en organisatie van het vigerende zorgstelsel. Daar hebben de patiënten veel meer last van dan ik als zorgverlener. Dat komt doordat ik het besluit heb genomen mijn eigen koers te varen en EBP als richtsnoer voor mijn handelen te nemen (zie ook § 2.1). Hierdoor heb ik, los van overheidsmaatregelen, samenwerking gezocht met andere partijen die het multidisciplinair werken in de buurt faciliteren. In hoofdstuk 4 belicht ik die samenwerkingsverbanden.

2.4 De verwijzers

Collegae in de 1ste lijn zijn de verwijzers; dat zijn meestal huisartsen. Door samenwerking in het Buurtzorg Amsterdam Centrum plusteam zijn dit ook de verpleegkundigen van Buurtzorg Centrum (zie ook § 4.1). Soms wordt verwezen door specialisten, dat zijn de verwijzers uit de 2de lijn. De communicatie binnen de 1ste lijn en tussen 1ste en 2de lijn verloopt moeizaam. De noodzaak tot verbetering is groot maar komt niet van de grond, ondanks goede ICT-mogelijkheden (in Amsterdam is dat de betaalde dienst “Zorgmail”). Als Master Fysiotherapie in de Geriatrie i.o. heb ik inmiddels initiatieven genomen deze communicatie te verbeteren door het invoeren van gemeenschappelijke meetinstrumenten.

2.5 De patiŽnt, patiŽnttevredenheid en Ėervaring

De CQ index fysiotherapie meet de “klantervaringen”. (CQ-Index staat voor Consumer Quality Index. Het is een algemeen gebruikt instrument in de zorg voor het meten en verbeteren van de kwaliteit van zorg, vanuit het gebruikersperspectief). Tegenwoordig wordt dit meten door verzekeraars in de contracten verplicht gesteld. De betaalde dienst om dit proces online te laten verlopen, gekoppeld aan Intramed, wordt geleverd door Fysio Prestatie Monitor (FPM, zie www.fysiomonitor.nl). Zie hoofdstuk 3 voor de resultaten binnen mijn praktijk en de vergelijking met de uitkomsten binnen alle deelnemende praktijken.

HOOFDSTUK 3
De cijfers

3.1 PatiŽntniveau

Fysio Prestatie Monitor, meting van de patiëntervaringen met de CQ-index Fysiotherapie. Er zijn vier thema’s: informatievoorziening, bejegening, participatie & therapietrouw en ervaren behandelkwaliteit. Ik nam deel in de periode 1 januari 2011 tot en met 31 december 2012. Binnen mijn praktijk, op een schaal van 0-10, was over alle thema’s genomen de score 9.15; binnen alle deelnemende praktijken was deze score 8.80. Algemeen is er dus hoog gescoord en mijn uitslag ligt dan nog 0.35 boven het landelijk gemiddelde. Op één punt kan ik me verbeteren: binnen het thema participatie & therapietrouw is mijn score 0.5 lager dan het landelijk gemiddelde. Het betekent dat ik meer aandacht kan besteden aan het controleren van mijn adviezen over het voorkomen van klachten en het doen van de huiswerkoefeningen. Echter: het aantal recidiveringen in mijn praktijk is laag: 6%. Zie hiervoor ook § 3.3. Wellicht behandel ik iets langer en iets intensiever dóór bij acute aandoeningen, zodat recidiveringen worden voorkomen.

3.2 Verzekeraarsniveau

December 2010 heeft Agis Zorgverzekeringen een dossiertoets bij mij uitgevoerd. Er wordt op een zevental indicatoren gescoord, die men destilleert uit een vijftal onderdelen van het patiëntdossier. Die onderdelen zijn: aanmelding & screening, diagnostisch proces, therapeutisch proces, klinisch redeneren en “algemeen”. Uit de zeven indicatoren had ik een score van zes. Dat betekent een percentage van 86, terwijl de norm gesteld is op: goedgekeurd bij ≥ 60%.

3.3 Overheidsniveau

Bronnen:

• voor de cijfers uit mijn eigen praktijk: Intramed Management Informatie, periode 2010 t/m 2012
• voor de landelijke cijfers: Verberne LDM, Kooijman MK et al, (2012); Jaarcijfers 2011 en trendcijfers 2007-2011, Fysiotherapie LIPZ, Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg. Utrecht, NIVEL, http://www.nivel.nl/lipz.

Binnen beide bronnen heb ik een aantal domeinen vergeleken: de instroom van patiënten, de verwijzers, de leeftijdsverdelingen, verdeling naar geslacht, chronische of niet chronische indicaties, recidiveringen, behandelduur van de klachten en het aantal behandelingen per patiënt per jaar. Op drie punten wijken mijn cijfers opvallend af van de landelijke trend: leeftijd, recidive en behandelingen per patiënt per jaar.

TABEL
 Mijn praktijkLandelijk
LEEFTIJD*
40-6043%36%
60-8034%28%
80+3%11%
RECIDIVE**6%31%
BEH/Pt/Jr***
Mediaan (aantal)13 
Gemiddeld (aantal)
(=chro. + acuut)
1518
chronisch-27.6
niet chronisch-8.7

Verklaring:
*Het verschil in leeftijdscategorieën is verklaarbaar vanuit mijn missie en visie, gekoppeld aan mijn opleiding Master Fysiotherapie in de Geriatrie .
**Verschil recidiveringen: wellicht behandel ik acute klachten iets langer, iets intensiever, met als doel: recidiveringen voorkomen.
***Ik heb geen betrouwbare cijfers voor chronisch en acuut afzonderlijk beschikbaar.
FINANCIEEL (jaren 2010-2011-2012)
TABEL (gemiddelden)

Omzet in euroaantal behandelingenomzet/behandeling in euro
214.075716730

HOOFDSTUK 4
TOEKOMST 2010-2012

Welke koers is uitgezet?

4.1 Samenwerking

  1. Fysiotherapie Korte Keizersdwarsstraat 8. In deze fysiotherapiepraktijk hebben zich nu drie zelfstandige fysiotherapeuten verenigd: Gertrud Pijnenburg, Nanna de Waele en Tanja Lith. Voor het waarnemen werken wij samen met Inge Ruys en Jacinta Deen, beide werkend met een VAR-wuo.
  2. Buurtzorg Amsterdam Centrum. Hiermee werken Nanna de Waele en Gertrud Pijnenburg samen als Buurtzorg Plus Team. Informatie over deze thuiszorgorganisatie: www.buurtzorgnederland.com.
  3. Panatta-Gym. In samenwerking met Frits Bos, fitness-instructeur en eigenaar van Panatta Gym is het project ”Spierkrachttraining voor ouderen” opgezet. Informatie: www.panatta-gym.nl.
  4. PakinsonNet. ParkinsonNet is een landelijk samenwerkingsnetwerk, opgezet om de multidisciplinaire behandeling voor arkinsonpatiënten goed te laten verlopen. Het bevordert de communicatie tussen de diverse zorgdisciplines. In Amsterdam ben ik deelnemer van de groep Centrum/Oost. (www.parkinsonnet.nl)

4.2 Geen ďPlus-PraktijkĒ wel Evidence Based Practice (Medicine)

Veel verzekeraars maken buiten basiscontracten om extra afspraken met fysiotherapiepraktijken om hun controle op “de kwaliteit” te vergroten. Er staat dan een extra vergoeding per behandeling tegenover. Ik opteer daar niet voor, aangezien ik liever consequent werk volgens de normen van Evidence Based Medicine. Als richtsnoer voor kwalitatief hoogstaand behandelen past dat beter bij mijn wetenschappelijke studie Master Fysiotherapie in de geriatrie.

BESLUIT

December 2015 is fysiek én mentaal comfort gewaarborgd als ik er in slaag het volgende kwaliteitsjaarverslag te presenteren. Ik verwacht dat ik dat zal schrijven als gediplomeerd Master fysiotherapie in de Geriatrie.
Amsterdam, 4 mei 2013
Gertrud Pijnenburg
Fysiotherapeut.

Dit verslag is geschreven op twee vrije dagen, met alle noodzakelijk informatie om me heen. Tot de verdieping komen is voorwaarde voor een zinvol verslag. Ik hoop dat er belangstellende lezers zijn. Ik zet het in ieder geval met enige trots op mijn website. Dit verslag wordt ook opgestuurd naar de (regionale) Inspectie voor de Gezondheidszorg en het (Regionale) Patiënten/Consumenten Platform.